De bijwerkingen die vermeld werden, variëren volgens de gevoeligheid van het individu. Bijwerkingen zijn gewoonlijk verbonden aan de onderdrukking van het centraal zenuwstelsel of aan een paradoxale stimulatie van het centraal zenuwstelsel, aan de anticholinerge eigenschappen of aan overgevoeligheidsreacties. Soms voorkomende bijwerkingen zijn onder meer slaperigheid of sedatie. Het gevoel van een droge mond is een vaak voorkomende bijwerking. Gezichtsstoornissen, nausea, braken en arthralgie zijn zeldzaam. De frequentie van andere bijwerkingen is niet gekend : Hartaandoeningen: palpitaties, tachycardie. Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen: oorsuizingen, auditieve hallucinaties, vertigo. Oogaandoeningen: visuele hallucinaties, diplopie, troebel zicht. Maagdarmstelselaandoeningen: buikpijn, constipatie, diarree, droge mond, nausea, braken. Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: vermoeidheid, flauwte. Immuunsysteemaandoeningen: anafylactische shock. Onderzoeken: gewichtstoename Voedings- en stofwisselingsstoornissen: anorexia, toegenomen eetlust. Zenuwstelselaandoeningen: sufheid, cefalea, vertigo, hoofdpijn, paresthesie, sedatie, slaperigheid, evenwichtsstoornissen (Parkinson-syndroom inbegrepen), tremor. Psychische stoornissen: angst, euforie, prikkelbaarheid, hallucinaties, slapeloosheid, psychotische stoornissen. Nier- en urinewegaandoeningen: dysurie, polyurie, urineretentie. Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen: droge keel, droge neus, epistaxis, bronchospasmen. Bloedvataandoeningen: hypotensie Huid- en onderhuidaandoeningen: rash en urticaria, fotosensibilisatie. In het geval van lichte bijwerkingen moet de dosis verlaagd worden ten koste van de werking of, in het geval van slaperigheid, 's avonds vóór het slapengaan worden ingenomen. In het geval van ernstige bijwerkingen dient de behandeling te worden onderbroken.